redigeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·di·geer·de

Werkwoord

vervoeging van
redigeren

redigeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van redigeren
    • Ik redigeerde. 
    • Jij redigeerde. 
    • Hij, zij, het redigeerde.