redevoering
Uiterlijk
- Geluid: redevoering (hulp, bestand)
- re·de·voe·ring
- Naamwoord van handeling van redevoeren met het achtervoegsel -ing of samenstellende afleiding van rede en de stam van voeren met het achtervoegsel -ing [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | redevoering | redevoeringen |
| verkleinwoord | redevoerinkje | redevoerinkjes |
de redevoering v
- een voordracht door een spreker voor een publiek
- Zijn redevoering viel bij vrijwel iedereen in goede aarde.
- ▸ Voor het uit het hoofd leren van een redevoering gaf Molo de voorkeur aan de standaardmethode, waarbij de spreker een denkbeeldige wandeling door zijn huis maakt.[2]
- ▸ In 1852 riep de historicus Curtius in een beroemde redevoering in Berlijn op om Olympia weer aan het licht te brengen.[3]
- Het woord redevoering staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "redevoering" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ redevoering op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “Imperium” (2006), Cargo, ISBN 9023420535
- ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be