redevoering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·voe·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord redevoering redevoeringen
verkleinwoord redevoerinkje redevoerinkjes

Zelfstandig naamwoord

redevoering v

  1. een voordracht door een spreker voor een publiek
    • Zijn redevoering viel bij vrijwel iedereen in goede aarde. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen