redeneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
redeneren
redeneerde
geredeneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

redeneren

  1. (inergatief) trachten een logisch samenhangend betoog te houden
    Er werd geredeneerd dat stimulering van de economie de staatsschulden nog groter zou maken.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl