redelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord redelijkheid redelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

redelijkheid v [1]

  1. het redelijk zijn, het gebruik maken van de rede
  2. rechtvaardigheid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen