recupereren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cu·pe·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
recupereren
recupereerde
gerecupereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

recupereren

  1. (ergatief) (wielrennen) opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning, herstellen
  2. (overgankelijk) terugwinnen, recyclen, herwinnen
    recupereren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl