reconstituer
Uiterlijk
- Geluid: reconstituer (hulp, bestand)
- IPA: /ʁə.kɔ̃.sti.tɥe/
- van constituer met het voorvoegsel re- [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| reconstituer |
reconstituais |
reconstitué |
| eerste groep | volledig | |
reconstituer
- overgankelijk opnieuw vormen, heroprichten
- overgankelijk reconstrueren, iets opbouwen of herstellen zoals het ooit is geweest
- overgankelijk een reconstructie [2] maken van iets
- ↑ reconstituer (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.