recognitie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cog·ni·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord recognitie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

recognitie v [2]

  1. periodieke betaling van een recht
    • Om de Hippolytuskerk en het kerkhof in Hippolytushoef staat een hekwerk. Daarin zitten twee poorten. De ene is de hoofdingang, de andere staat tegenover de pastorie. Vanuit de pastorie kon de predikant sneller naar de kerk komen. Voor de poort van de pastorie moest de kerk jaarlijks recognitie betalen. Dat is een ambtelijke benaming uit de 16de/17de eeuw voor een periodieke betaling van een recht. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. recognitie op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Tubantia G. LAERNOES en HIPPOLYTUSHOEF– 1:36, 16 februari 2015 Recognitie
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be