reciprociteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ci·pro·ci·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reciprociteit reciprociteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

reciprociteit v

  1. wederkerigheid, wederzijds overeenkomstig handelen
    • De reciprociteit van goederen en diensten verliep goed. 
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen