rechtszaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·zaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtszaal rechtszalen
verkleinwoord rechtszaaltje rechtszaaltjes

Zelfstandig naamwoord

rechtszaal v/m

  1. (juridisch) de ruimte waar een rechtszitting gehouden wordt
    • In de rechtszaal speelt de man de vermoorde onschuld. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.