rechtspraak
Uiterlijk
- Geluid: rechtspraak (hulp, bestand)
- IPA: / ˈrɛx(t)sprak / (2 lettergrepen)
- recht·spraak
- samenstelling van recht en spraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rechtspraak | rechtspraken |
| verkleinwoord | - | - |
- (juridisch) is het proces waarin door een rechter een oordeel wordt gevormd over een rechtszaak
- ▸ Het beginsel van machtenscheiding, volgens de toenmalige Franse opvattingen, leidde tot een afzonderlijke en onafhankelijke rechterlijke macht, maar alleen voor civiele rechtspraak en strafrechtspraak.[1]
- ▸ 'Gij zult in de rechtspraak de persoon niet aanzien; gij zult de onaanzienlijke evenzeer horen als de aanzienlijke.[2]
1. het proces waarin door een rechter een oordeel wordt gevormd over een rechtszaak
- Het woord rechtspraak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rechtspraak" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Helen Stout“De Nederlandse rechtsstaat” (2015), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048528622 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %