rechtsgeldig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·gel·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rechtsgeldig rechtsgeldiger rechtsgeldigst
verbogen rechtsgeldige rechtsgeldigere rechtsgeldigste
partitief rechtsgeldigs rechtsgeldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rechtsgeldig

  1. het geldig zijn volgens het recht geldig, of volgens het recht van kracht zijn.
    • Dat is een rechtsgeldige handeling. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.