rechtsbeginsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·be·gin·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtsbeginsel rechtsbeginselen
rechtsbeginsels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rechtsbeginsel o

  1. (juridisch) fundamentele opvatting die behoort tot het wezen van een samenleving en waarop het recht gebaseerd is

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie