rechtmatig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • recht·ma·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘rechtvaardig’ voor het eerst aangetroffen in 1604 [1]
  • Afgeleid van recht met het achtervoegsel -matig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rechtmatig rechtmatiger rechtmatigst
verbogen rechtmatige rechtmatigere rechtmatigste
partitief rechtmatigs rechtmatigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rechtmatig

  1. volgens het recht, de wet
    • De gemeente is verantwoordelijk voor een rechtmatige uitvoering van de regeling. 
Synoniemen
Antoniemen
Typische woordcombinaties
  • rechtmatige eigenaar
De regering van Zwitserland voert een wet in die het makkelijker moet maken om illegaal verkregen tegoeden van buitenlandse dictators in beslag te nemen en terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. [2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen