rechercheur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cher·cheur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechercheur rechercheurs
verkleinwoord rechercheurtje rechercheurtjes

Zelfstandig naamwoord

rechercheur m

  1. (beroep) iemand die een politioneel onderzoek uitvoert
    De rechercheurs maakten dankbaar gebruik van de genetische resultaten.
    rechercheur bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl