rechercheur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cher·cheur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechercheur rechercheurs
verkleinwoord rechercheurtje rechercheurtjes

Zelfstandig naamwoord

rechercheur m

  1. (beroep) iemand die een politioneel onderzoek uitvoert
    De rechercheurs maakten dankbaar gebruik van de genetische resultaten.
    rechercheur bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie