reboot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·boot

Werkwoord

vervoeging van
rebooten

reboot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van rebooten
  2. gebiedende wijs van rebooten

Meer informatie

Gangbaarheid