realo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·a·lo
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkorting van realist.
enkelvoud meervoud
naamwoord realo realo's
verkleinwoord realootje realootjes

Zelfstandig naamwoord

realo m

  1. iemand van de politieke strekking die realistische strijdpunten tracht te realiseren, op basis van beschikbare cijfers en gekende feiten
Antoniemen

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders
13 % van de Vlamingen.

Meer informatie