realiseerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·a·li·seer·de

Werkwoord

vervoeging van
realiseren

realiseerde

  1. enkelvoud verleden tijd van realiseren
    • Ik realiseerde. 
    • Jij realiseerde. 
    • Hij, zij, het realiseerde.