reageert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·a·geert

Werkwoord

vervoeging van
reageren

reageert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reageren
    • Jij reageert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reageren
    • Hij reageert. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van reageren
    • Reageert!