Naar inhoud springen

rauscht

Uit WikiWoordenboek
  • rauscht

du rauscht

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche

er, sie es rauscht

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche

dihr rauscht

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche (lokale variant)

ihr rauscht

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche (lokale variant)

du rauscht

  1. derde persoon enkelvoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche

er, sie, es rauscht

  1. derde persoon enkelvoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche

dihr rauscht

  1. tweede persoon meervoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche (lokale variant)

ihr rauscht

  1. tweede persoon meervoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rausche (lokale variant)