raspsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rasp·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raspsel raspsels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

raspsel o

  1. het spul dat ontstaat bij het raspen equivalent aan het zaagsel bij het zagen; dit kan eetbaar zijn zoals citroenrasp, soms gebruikt voor kleurstof (zie rasphuis)
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Verwijzingen