rapporteur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rap·por·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rapporteur rapporteurs
verkleinwoord rapporteurtje rapporteurtjes

Zelfstandig naamwoord

rapporteur m

  1. iemand die volgens opdracht of krachtens functie rapport over iets uitbrengt
  2. (gereedschap) gradenboog, hoekmeter
    rapporteur bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Verwante begrippen