rantsoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rant·soen
enkelvoud meervoud
naamwoord rantsoen rantsoenen
verkleinwoord rantsoentje rantsoentjes

Zelfstandig naamwoord

rantsoen o

  1. beperkte dagelijks verstrekte hoeveelheid voedsel
Vertalingen