ransuil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ransuil
Uitspraak
Woordafbreking
  • rans·uil
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘uilachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1488 [1]
  • uit het Middelnederlands [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ransuil ransuilen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ransuil m [3]

  1. Asio otus op Wikispecies uil met lange oorpluimen en ronde ogen die recht naar voren staan
    • Het moet niet altijd een Charmander of een andere Pokémon zijn. Met apps als iNaturalist en Obsmapp kun je ook een ransuil of gestreepte strandloper spotten, en meteen de wetenschap helpen. [4] 
    • Projectleider en ecoloog Mark Zekhuis: ,,De natuurakkers zitten vol met vogels. Het is één en al leven. Groenlingen, putters, rietgorzen, fazanten, holenduiven en vinken komen er massaal naartoe om zaden te eten. Op de muizen die er zitten, komen roofvogels af, zoals buizerds, torenvalken, blauwe kiekendieven en zelfs ransuilen. Dit laat zien hoe belangrijk natuurakkers zijn.” [5] 
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen