randmeer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rand·meer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord randmeer randmeren
verkleinwoord randmeertje randmeertjes

Zelfstandig naamwoord

randmeer o

  1. een water rondom een polder dat als doel heeft de waterhuishouding van de polder te isoleren van het omliggende land
    • Ter voorkoming van uitdroging van het omliggende land werden om Oostelijk en Zuidelijk Flevoland randmeren aangelegd. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie