ramener
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ramener |
ramenais |
ramené |
| eerste groep | volledig | |
ramener
- overgankelijk opnieuw brengen
- overgankelijk terugbrengen
se ramener
- wederkerend (spreektaal) komen aankakken
- «En fin d'après-midi, Stéphanie s’est ramenée avec son mec.»
- Aan het eind van de middag is Stéphanie komen aankakken met haar vriend. [2]
- «En fin d'après-midi, Stéphanie s’est ramenée avec son mec.»