rambam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Rambam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ram·bam
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘Bargoens: denkbeeldige ziekte’ voor het eerst aangetroffen in 1918 [1]
  • [1] van Ramban, Joods acroniem voor de geleerde Maimonides (1138-1204) die ook als arts bekend was [2][3][4][5]
  • [2] mogelijk onstaan naast [1] en het tussenwerpsel als variant op rimram
  • [tussenwerpsel] klanknabootsing, op te vatten als reduplicatie van bam, zie ook rammen en rombom

Zelfstandig naamwoord

rambam m/v en o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) denkbeeldige ernstige aandoening (gebruikt om werkwoorden kracht bij te zetten of in een verwensing)
    • Maar op een kwaaie dag schrikt Neeson zich het rambam wanneer hij routineus de hotelkamer binnendringt met zijn camera: het te 'betrappen' paar, waarvan zijn eega de vrouwelijke rol dus speelt, blijkt gruwelijk vermoord te zijn. [6]
    • De spelers hebben zich voor de Olympische Spelen werkelijk de rambam getraind. [7]
    • De rambam voor 'm met z'n tuintje d'rbij,’ vloekte Scheeltje, (…) [8]
    • Tante Kee blij, lachte zich het rambam. [9]

rambam m/v

  1. verzameling van zaken waaraan weinig waarde wordt gehecht
    • Het lijkt er zo'n beetje op dat iedere auteur zo langzamerhand niet zonder een hoeveelheid vaak overbodige statistische rambam kan als hij zijn onderzoeksresultaten publiceert. [10]
    • Je kunt niet zomaar je cultuurei kwijt; je moet geld hebben, je moet een kantoor hebben, een zaal, de hele rambam. [11]

Tussenwerpsel

rambam

  1. (spreektaal) benadrukt een krachtige beweging
    • Maar Sjemonow staat zelf te roer en hij blijkt een meester; de manoeuvre verloopt zonder schade, nu gaat het rambam de rivier af, het hoogwater is gehaald en de reus in zijn schik. [12]
    • Gewoon een beest dat er rambam op los beukt en dat, als hij (zoals altijd) gewonnen heeft, op z'n borstkas nog eens overdoet. [13]
Uitdrukkingen en gezegden

Verwijzingen

  1. "rambam" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. rambam op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  5. Onze Taal Krijg de rambam (21 december 2015) op website: onzetaal.nl; geraadpleegd 2017-01-07
  6. Berge, H. ten "Een knappe thriller" in: De Telegraaf jrg. 101 nr. 32853 (16 september 1993); p. 17 kol. 3; geraadpleegd 2017-01-08
  7. Klippus, H. "Nu denkt half Nederland dat het hockey geen topsport is'" in: NRC Handelsblad jrg. 22 nr. 278 (26 augustus 1992); p. 9 kol. 8; geraadpleegd 2017-01-08
  8. Iependaal, W. van Polletje Piekhaar. (1935) De Torentrans, Zeist; p. 60; geraadpleegd 2017-01-08
  9. Dekker, M. Amsterdam.(1931) Andries Blitz, Amsterdam; p. 139; geraadpleegd 2017-01-08
  10. Eijkman, M.A.J. "Natuur is vaak de beste orthodontist. Succes van beugels en kaakchirurgie blijft moeilijk te voorspellen" in: NRC Handelsblad jrg. 22 nr. 132 (5 maart1992); p. 36 (W&O p. 4) kol 4; geraadpleegd 2017-01-08
  11. Willemse, M. "Akhnaton" (vervolg) in Amigoe jrg. 108 nr. 105 (11 mei 1991) ; p. 24 (Napa p. 10) kol. 1; geraadpleegd 2017-01-08
  12. Hartog, J. den Hollands glorie. (1940) N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’, Amsterdam; p. 25/26; geraadpleegd 2017-01-08
  13. E.B. "Monster „King Kong" is verliefd" in: Nieuwsblad van het Noorden jrg. 85 nr. 224 (22 september 1972); p. 20 kol. 3; geraadpleegd 2017-01-08

Gangbaarheid

Meer informatie