rakette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·ket·te

Werkwoord

vervoeging van
raketten

rakette

  1. enkelvoud verleden tijd van raketten
    • Ik rakette. 
    • Jij rakette. 
    • Hij, zij, het rakette.