raja
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| raja | le raja | rajas | les rajas |
raja m
- ra·ja
raja
- ra·ja
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| raja | rajas |
raja v
| vervoeging van |
|---|
| rajar |
raja
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rajar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rajar
| vervoeging van |
|---|
| rajarse |
raja
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rajarse
- raja in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Adel in het Frans
- Woorden in het Indonesisch
- Zelfstandig naamwoord in het Indonesisch
- Adel in het Indonesisch
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 4
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Werkwoordsvorm in het Spaans