Naar inhoud springen

raja

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  raja     le raja     rajas     les rajas  

raja m

  1. (adel) radja; Indische vorst


  • ra·ja

raja

  1. (adel) koning


  • ra·ja
enkelvoud meervoud
raja rajas

raja v

  1. barst, spleet, gleuf
vervoeging van
rajar

raja

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rajar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rajar
vervoeging van
rajarse

raja

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van rajarse