radicchio

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

radicchio
Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·dic·chio
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Italiaans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord radicchio radicchio's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

radicchio v/m

  1. (voeding) rode sla
     Het onopvallende Rosie's op de Rozengracht zou je zo voorbijlopen. Laat je niet afleiden: het eten is uitstekend, voor prima prijzen. Om voor terug te komen zijn de kippenlevers (€8,50): perfect rosé gebakken, met oestersaus, desemcroutons, radicchio en de verwarmende, lome hitte van cayennepeper.[2]
     De beloofde rode ui en komkommer missen. Het mooie blad sla op de foto blijkt in realiteit een voorgesneden slamix met saaie ijsbergsla, radicchio en witte kool.[3]
Synoniemen
30 % van de Nederlanders;
40 % van de Vlamingen.[4]


Verwijzingen

  1. radicchio op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron “De 5 beste Proefwerken van dit najaar” (6 december 2017), Het Parool
  3. Bronlink Weblink bron Monique van Loon “De vleesloze burger van Queens is lekkerder zonder sla en broodje” (5 april 2019), Het Parool
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be