radeloosheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·de·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord radeloosheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

radeloosheid v

  1. het radeloos zijn
    De radeloosheid van de ouders die hun kind verloren was schrijnend om te zien.
Synoniemen
  1. angst, benauwenis, bezorgdheid, vertwijfeling