raciste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·cis·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van racist met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord raciste racistes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

raciste v

  1. vrouwelijke vorm van racist
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
raciste racistes

Bijvoeglijk naamwoord

raciste

  1. racistisch
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  raciste     le raciste / la raciste     racistes     les racistes  

Zelfstandig naamwoord

raciste m en v

  1. racist, raciste