racaille

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

racaille v

  1. (spreektaal) tuig, geteisem, gajes
    «La soirée à Sabine, c’est vite devenu le foutoir quand cette racaille est venue s’incruster.»
    Het feest van Sabine werd al gauw een puinzooi toen dat gajes erbij kwam zitten. [1]

Verwijzingen