raakte
Uiterlijk
- raak·te
| vervoeging van |
|---|
| raken |
raakte
- enkelvoud verleden tijd van raken
- Ik raakte.
- Jij raakte.
- Hij, zij, het raakte.
- Ik raakte.
- ▸ Het was even wennen om helemaal alleen door de uitgestorven woestijn te lopen, maar toch raakte ik geleidelijk in een ritme.[1]
- ▸ In de keizertijd raakten de wagenrennen steeds nauwer verbonden met de keizerlijke politiek, voor wie de wedstrijden een belangrijk vehikel voor de representatie van hun macht vormden.[2]
- ▸ Publiek en de hoofse media De rol van het publiek werd mettertijd steeds belangrijker, mede omdat de toernooicultuur al snel verknoopt raakte met de literatuur.[2]
- Het woord raakte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- 1 2 Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275