réussite
Uiterlijk
- ré·us·si·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | réussite | réussites |
| verkleinwoord |
- gelukkige afloop; gewenst resultaat
- Het woord réussite staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "réussite" herkend door:
| 15 % | van de Nederlanders; |
| 39 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- in de 14de eeuw geleend van Italiaans reuscita met dezelfde betekenis, een afleiding van reuscir (cognaat met Frans réussir) [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| réussite | la réussite | réussites | les réussites |
réussite v
- ↑ réussite (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 15 %
- Prevalentie Vlaanderen 39 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans