réciproque
Uiterlijk
- Geluid: réciproque (hulp, bestand)
- IPA: /ʁe.si.pʁɔk/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
réciproque | réciproques |
réciproque
- wederkerig; wederzijds
- (wiskunde) (natuurkunde) reciproque [1]
- (taalkunde) reciproque [2]; wederkerig
| vervoeging van |
|---|
| réciproquer |
réciproque
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van réciproquer
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van réciproquer
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van réciproquer