quintuple
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| quintuple | le quintuple | quintuples | les quintuples |
quintuple m
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
quintuple | quintuples |
quintuple
| vervoeging van |
|---|
| quintupler |
quintuple
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van quintupler
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van quintupler
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van quintupler