quad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Quads [1]
Quad [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • quad
enkelvoud meervoud
naamwoord quad quads
verkleinwoord quadje quadjes

Zelfstandig naamwoord

quad m

  1. (verkeer) een motorfiets of brommer op vier wielen
    • Ik wist niet dat je een quad had. 
  2. (elektronica) een richtingsgevoelige antenne bestaande uit twee evenwijdige vierkante lussen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
quadden

quad

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van quadden
    • Ik quad. 
  2. gebiedende wijs van quadden
    • Quad! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van quadden
    • Quad je? 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be