punten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pun·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
punten
puntte
gepunt
zwak -t volledig

Werkwoord

punten [1] [2] [3] [4]

  1. onovergankelijk uitlopen, kiemen [5]
  2. overgankelijk een punt maken (aan)
  3. overgankelijk punten slaan in iets [6]
  4. overgankelijk met het werk treuzelen [7] [8]
  5. overgankelijk op waterwild jagen uit een bootje [9] [10]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

punten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord punt


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen