puntdicht
Uiterlijk
- punt·dicht
- In de betekenis van ‘epigram’ voor het eerst aangetroffen in 1644 [1]
- samenstelling van punt en dicht [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | puntdicht | puntdichten |
| verkleinwoord | puntdichtje | puntdichtjes |
het puntdicht o
- (dichtkunst) kort gedicht dat op een compacte, geestige en vaak scherpe manier een zekere waarheid bevat
- Het woord puntdicht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "puntdicht" herkend door:
| 77 % | van de Nederlanders; |
| 64 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "puntdicht" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ puntdicht op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be