pulli

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pul·li
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

pulli mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pullus

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
17 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be