puissance

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • puis·san·ce
Woordherkomst en -opbouw
  • uit he Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord puissance puissances
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

puissance v/m

  1. (paardrijden) verzwaard vervolg van een concours hippique als er een gelijk aantal punten door verschillende ruiters is behaald
     Voor de puissance hadden zich aanvankelijk tien ruiters gemeld, maar de amazones Malin Parlmer uit Zweden en de Duitse Pascale Pfeiffer gingen de uitdaging niet aan.[2]
  2. (paardrijden) concours hippique waarbij het paard over een steeds hogere, dichte muur moet proberen te springen
     Meest spectaculaire onderdeel en is de puissance op vrijdagavond 5 november. Ruiters springen met hun paard over een blinde muur van houten blokken die iedere keer met vijf centimeter wordt opgehoogd. Het Wierdens record staat op 2.25 meter, een hoogte waarbij het paard niet meer over de muur kan kijken en moet vertrouwen op de ruiter.[3]

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. puissance op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Marthy Rothe “Remco Been en Vos beste in puissance” (07-11-2009), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Zeven dagen internationale paardensport tijdens Indoor Wierden” (29-10-2010), Tubantia