puinweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • puin·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord puinweg puinwegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

puinweg m [1]

  1. een halfverharde weg met steenslag
     Hij noemt het een puinweg, het stukje van de Werfstraat tussen de voetbalvelden van Enter Vooruit op sportpark De Werf. VVD-raadslid André Tijhof wil graag snel een verharding, maar wethouder Johan Coes voelt daar weinig voor.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Dick Janssen “VVD wil verharding laatste deel Werfstraat: ‘Puinweg in Enter snel opknappen’” (10-05-2019), Tubantia