publikum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pub·li·kum
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse bijvoeglijke naamwoord publicus
Naar frequentie 2056
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   publikum     publikumet
publikummet  
  publikum     publikuma
publikumma
publikumene
publikummene  
genitief   publikums     publikumets
publikummets  
  publikums     publikumas
publikummas
publikumenes
publikummenes  

Zelfstandig naamwoord

publikum o

  1. publiek
  2. gemeenschap
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pub·li·kum
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse bijvoeglijke naamwoord publicus
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   publikum     publikumet
publikummet  
  publikum     publikuma
publikumma  

Zelfstandig naamwoord

publikum o

  1. publiek
  2. gemeenschap
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /pʊblɪkʊm/

Zelfstandig naamwoord

publikum o

  1. publiek
Verbuiging
Verwante begrippen

Verwijzingen