publiceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pu·bli·ce·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
publiceren
publiceerde
gepubliceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

publiceren

  1. (overgankelijk) bekend maken aan een doorgaans groot publiek via een bepaald medium
    Hij heeft het artikel laten publiceren in een krant.
Vertalingen