publiceren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pu·bli·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘door druk in het licht geven’ voor het eerst aangetroffen in 1902 [1]
  • afgeleid van het Frans of het Latijn (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
publiceren
publiceerde
gepubliceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

publiceren

  1. overgankelijk bekend maken aan een doorgaans groot publiek via een bepaald medium
    • Hij heeft het artikel laten publiceren in een krant. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen