psycholoog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • psy·cho·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel psycho- en met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord psycholoog psychologen
verkleinwoord psycholoogje psycholoogjes

Zelfstandig naamwoord

psycholoog m

  1. (beroep), (psychologie) een beoefenaar van de psychologie
    De psycholoog probeerde zijn patiënt te doorgronden.
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie