Naar inhoud springen

psycholoog

Uit WikiWoordenboek
  • psy·cho·loog
enkelvoud meervoud
naamwoord psycholoog psychologen
verkleinwoord psycholoogje psycholoogjes

depsycholoogm

  1. (beroep), (psychologie) een beoefenaar van de psychologie
     De negentiende-eeuwse Amerikaanse psycholoog G. Stanley Hall merkte bijvoorbeeld ooit op dat enig kind zijn 'een ziekte op zichzelf' is.[1]
     Dat leeftijdsverschil zou er ook nog voor kunnen zorgen, zegt een Nederlandse psycholoog wanneer ik haar de hypothese van die twee Amerikaanse wetenschappers voorleg, dat kinderen uit hetzelfde gezin vaak specifieke rollen krijgen toebedeeld.[1]
     'Nieuwe vaders en moeders', schreef een psycholoog die begin jaren tachtig de balans van het onderzoek naar ouderschap opmaakte, 'rapporteren dat ze slaaptijd, televisietijd, sekstijd en zelfs wc-tijd tekortkomen', met dank aan hun borelingen.[1]
  2. (beroep) hulpverlener die mensen helpt bij psychische problemen
    • De psycholoog probeerde zijn patiënt te doorgronden. 
     Misschien had ik beter naar een een psycholoog kunnen gaan.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2 3
    Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be