psycholoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • psy·cho·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord psycholoog psychologen
verkleinwoord psycholoogje psycholoogjes

Zelfstandig naamwoord

psycholoog m

  1. (beroep), (psychologie) een beoefenaar van de psychologie
  2. (beroep) hulpverlener die mensen helpt bij psychische problemen
    • De psycholoog probeerde zijn patiënt te doorgronden. 
     Misschien had ik beter naar een een psycholoog kunnen gaan.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be