psycholoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • psy·cho·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord psycholoog psychologen
verkleinwoord psycholoogje psycholoogjes

Zelfstandig naamwoord

psycholoog m

  1. (beroep), (psychologie) een beoefenaar van de psychologie
    • De psycholoog probeerde zijn patiënt te doorgronden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie