Naar inhoud springen

psychiater

Uit WikiWoordenboek
  • psy·chi·a·ter
  • In de betekenis van ‘zenuwarts’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord psychiater psychiaters
verkleinwoord psychiatertje psychiatertjes

depsychiaterm

  1. (beroep)(psychologie) een arts die zich gespecialiseerd heeft in de psychiatrie
     Zeven jaar praten met een psychiater had haar depressie alleen maar verergerd.[2]
     ' Overbeck consulteert een psychiater en reist onmiddellijk naar Turijn, waar hij zijn vriend aantreft in een meelijwekkende mengeling van heftig lijden, gek geschreeuw, waanzinnig gelach, kolderiek gespring en gedans, nog een enkele keer onderbroken door heldere zinnen die echter ook slechts waanvoorstellingen betreffen.[3]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]