psoriasis
Uiterlijk

- pso·ri·a·sis
- via modern Latijn psoriasis van Oudgrieks ψωρίασις (psoríasis), in de betekenis van ‘huidziekte’ voor het eerst aangetroffen in 1624 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | psoriasis | - |
| verkleinwoord | - | - |
de psoriasis v
- (medisch) schubziekte met rode jeukende plekken en overmatig vette schilfers van de huid
- Het woord psoriasis staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "psoriasis" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
| 86 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ psoriasis op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "psoriasis" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- p·so·ria·sis
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| psoriasis | - |
psoriasis v
- psoriasis in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 89 %
- Prevalentie Vlaanderen 86 %
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 9
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Medisch in het Spaans