psalm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • psalm
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘godsdienstig lied’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord psalm psalmen
verkleinwoord psalmpje psalmpjes

Zelfstandig naamwoord

psalm m

  1. (religie) één van honderdvijftig gezangen uit de Tenach en het Oude Testament
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen