prulachtig
Uiterlijk
- Geluid: prulachtig (hulp, bestand)
- prul·ach·tig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | prulachtig | prulachtiger | prulachtigst |
| verbogen | prulachtige | prulachtigere | prulachtigste |
| partitief | prulachtigs | prulachtigers | - |
prulachtig
- lijkend op of eigenschappen hebbend van prul, van slechte kwaliteit
- Wat heb je nu weer voor prulachtige rotzooi gekocht zei de man toen hij zijn vrouw van de rommelmarkt zag terugkomen.
- Het woord prulachtig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.