provisiekast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

voorraadkast
Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·vi·sie·kast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord provisiekast provisiekasten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

provisiekast v/m [1]

  1. kast of kleine ruimte voor het bewaren van een voorraad levensmiddelen
    • Om te beginnen moet je naar de winkel, waar mensen de feestdagen als excuus gebruiken om met hun karren tegen je enkels aan te knallen en elke vorm van beleefdheid in hun auto achter te laten. Net als jij kunnen zij immers nergens de exotische ingrediënten vinden die Nigella Lawson en Jamie Oliver om de een of andere duistere reden wel in hun provisiekast hebben staan. [2] 
    • In de winkel weet ze niet meer wat ze allemaal in huis heeft en haar provisiekast staat dan ook vol met zo'n 20 flesjes diksap, 30 pakken koek etc. Vooral van het goedkope vlees gruwelt de zoon. 'Heb je ooit slavinken gegeten die je per 4 kunt kopen voor 1,50 euro of zo?' Bleh. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 26 NOVEMBER 2016 Kelly Deriemaeker
  3. Volkskrant TEFKE VAN DIJK 21 februari 2015